| Cauda Equina Syndroom |
|
|
|
Ziektebeeld Dit ziektebeeld omvat een aantal afwijkingen ter hoogte van overgang van laatste lendenwervel naar heiligbeen die druk uitoefenen op de daar aanwezige zenuwen. Bij de hond, welke 7 lendenwervels heeft, eindigt het ruggenmerg ter hoogte van de vijfde lendenwervel. Vanaf daar lopen vele zenuwen door het wervelkanaal via uittreedopeningen tussen de wervels en verschillende openingen in het heiligbeen naar alle delen van het achterlijf. Deze bundel zenuwen lijkt van vorm op een paardenstaart, in Latijn: Cauda Equina Oorzaken De oorzaken van dit ziektebeeld zijn verschillend: De meest voorkomende oorzaak is instabiliteit van de facetgewrichtjes en tussenwervelschijf van laatste lendenwervel (L7) en Heiligbeen (S1). Dit ziekte beeld wordt dan exact benoemd als Lumbosacrale Instabiliteit; door ons ook wel Lumbosacrale Dysplasie genoemd. Andere oorzaken zijn Ontstekingen, Tumoren, Wervelbreuken, Misvormingen van wervels, OCD van de eindplaat van heiligbeen of laatste lendewervel.
L7 en S1 zijn verbonden door een tussenwervelschijf aan de onderzijde en twee kleine gewrichtjes aan de bovenzijde. Normaal laten deze gewrichten slechts een beperkte beweging toe zodanig dat de zenuwen beschermd zijn tegen inklemming. Door overbelasting kan de tussen- wervelschijf, tws, scheuren. De kern van de tws verplaatst zich richting zenuwen en geeft daar een zeer pijnlijke druk. Door deze druk kan ook de functie van de zenuw uitvallen, met verlamming als gevolg. Behalve door overbelasting bestaat ook een aanleg voor een instabiel L7-S1 gewricht. Ook de bouw van de rug zelf heeft een grote invloed op de krachten welke zich afspelen ter hoogte van L7-S1. Bij deze honden is al op jonge leeftijd bij röntgenonderzoek vast te stellen dat bij strekken van het L7-S1 gewricht het heiligbeen sterk naar beneden kantelt. Door deze instabiliteit ontstaat zeer vaak een scheuring van de tws; dit wordt een Hernia genoemd. ( Hernia betekent letterlijk breuk, in dit geval van de tws). Bovendien ontstaat door de instabiliteit van de wervels botnieuwvorming rond de wervels en in de wervelgewrichten aan de bovenzijde. Dit is een algemene reactie van het lichaam op instabiliteit van gewrichten. Deze botnieuwvorming kan op zijn beurt ook weer inklemming van zenuwen veroorzaken. Klachten Klachten zijn dan meestal: trager gaan zitten, staan en liggen slecht of niet meer kunnen springen pijn bij inbijten, verbijten in geval van pakwerk. In een later stadium slap gangwerk, slappe staart incontinentie van urine, ontlasting verlamming van de achterhand. Diagnose De diagnose kan gesteld worden door een combinatie van ziektegeschiedenis, lichamelijk onderzoek en röntgen-onderzoek. In sommige gevallen is aanvullend onderzoek noodzakelijk in de vorm van röntgencontrastonderzoek, EMG, CT of MRI scan. In enkele gevallen kan een MRI onderzoek noodzakelijk zijn om een exacte diagnose te stellen. In een dergelijk geval verwijzen wij u naar een MRI centrum met specifieke deskundigheid. Met dit MRI centrum hebben wij een intensieve collegiale samenwerking sinds enige jaren. Behandeling De behandeling in geval van een hernia/prolaps is vrijwel altijd operatief omdat medicijnen over het algemeen niet effectief zijn. Bij de operatie wordt gedeeltelijk het "dakje" van de laatste lendewervel en heiligbeen verwijderd waarna de inklemming van de zenuwen weggenomen kan worden. Een deel van de tussenwervelschijf en de kern van deze tussenwervelschijf worden weggenomen. Indien nodig wordt een chirurgische techniek toegepast om het kantelen/ verzakken van het heilgbeen te stoppen. Vooruitzichten De vooruitzichten zijn afhankelijk van de aanwezige botveranderingen, zenuwbeschadiging en instabiliteit van de lumbosacrale overgang. Op dit moment worden tijdens de operatie de betreffende wervels (nog) niet aan elkaar "vastgezet". Bij de meest patienten is dit ook niet nodig. Over het algemeen zijn de vooruitzichten van een operatie gunstig ! |

